Bier, wielrennen en de perfecte harmonie

Bier en wielrennen

Toen een van de oprichters van deze voortreffelijke brouwerij mij vroeg of ik een blog wilde schrijven, besloot ik dat ik daarmee een mooi podium in handen kreeg om een mythe uit de wereld te helpen. Die mythe luidt: bier is slecht voor de gezondheid.

Volkomen onzin natuurlijk. Maar omdat dat een wat dubieuze boodschap is om uit te dragen op een website die alcoholconsumptie promoot, wil ik dat best even verduidelijken. Het zit namelijk zo.

Iedereen is het er wel zo’n beetje over eens dat sporten goed voor je is. Een paar kilometer hardlopen: mooi begin. Een uurtje zwemmen: niet bepaald leuk, wel erg gezond. Een middag op de racefiets: helemaal top.

En laat er nou weinig dingen in het leven zo onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn als wielrennen en bier.

Ga maar na: wielercafés schieten als paddenstoelen uit de grond en biermerken associëren zich graag met wielrennen. Zo worden verschillende Vlaamse koersen gesponsord door het biermerk Kwaremont, vernoemd naar een heuvel uit de Ronde van Vlaanderen. En, een nog veel bekender voorbeeld, in Limburg wordt al ruim 50 jaar de Amstel Gold Race georganiseerd. Zelf mag ik graag met wat vrienden naar een mooie wielerkoers kijken. Maar Parijs-Roubaix of de Ronde van Vlaanderen wordt echter niet aangezet zonder een goed glas bier – dan is het half zo leuk niet.

Als ik dit onderwerp even binnen mijn vriendengroep bekijk, valt iets interessants op. In 1998 werd de BCH’98 opgericht, de Bier Club Heemskerk. Het grootste deel van de club was toen nog nauwelijks geïnteresseerd in fietsen, het was bier voor en bier na. De leden waren dan ook pafferige tieners, die zich af en toe naar het voetbal- of hockeyveld sleepten.

In de jaren daarna werden we een voor een afgekeurd voor balsporten: gescheurde meniscussen, knieën die uit de kom vlogen, het zat allemaal niet mee. Dus pakten we de racefiets erbij; een sport die je zonder ernstige tegenslagen tot je zeventigste zou moeten kunnen beoefenen. Daarin sloegen we een beetje door: bier werd nog wel gedronken, maar veel te weinig in verhouding tot het aantal fietsuren. Er werden doelen gesteld als ‘de Ronde van Noord-Holland winnen’ of ‘Alpe d’Huez binnen het uur opfietsen.’ En de avond voor een ‘koers’ werd er sowieso niet gedronken.

Van bolle pubers waren we veranderd in twintigers die eruit zagen als aangeklede skeletten. Kortom: de balans was weer volkomen zoek. Sinds een jaar of wat hebben we die balans gevonden. Tijdens de jaarlijkse fietsvakantie vindt iedereen het prima om 100 kilometer te fietsen. Maar dan alleen als die tocht eindigt bij een schappelijke brouwerij. Het resultaat is dat de sfeer veel beter is en we er stuk voor stuk uitzien als begeerlijke adonissen. Bier en wielrennen leven bij ons samen in perfecte harmonie.

Nu zullen jullie wel denken: ja, dat gaat over een stel recreatiefietsers. Een zichzelf respecterende profwielrenner gaat natuurlijk niet aan het bier. In dat geval is een filmpje snel gevonden. De Belgische wielerkampioen Philippe Gilbert wint de Amstel Gold Race en laat zich het biertje na afloop goed (en snel!) smaken.

En onze Noord-Hollandse fietsheld Niki Terpstra slaat een goede Kwaremont zeker niet af. Mooi formaat glas trouwens.

Nu kan de kritische lezer – terecht – opmerken dat de gemiddelde profwielrenner er ook uitziet als een aangekleed skelet. Dat komt omdat ze de perfecte harmonie nog niet hebben gevonden.

Iets meer bier drinken en iets minder fietsen en alles valt op zijn plaats.

Gastblog van Jelger van Weydom.